Armen om je heen in het Hospice

Gepubliceerd op 20 oktober 2018
HAARLEMSDAGBLAD. Door Jacob van der Meulen. In een prachtig landhuis aan de Zuiderhoutlaan begeleiden medewerkers en vrijwilligers van de Stichting Hospice Haarlem en omstreken mensen in hun laatste levensfase. Daarnaast gaan ze op verzoek naar terminaal zieken toe als deze er voor kiezen om thuis te overlijden. Deze krant mocht een halve dag meekijken in het hospice en fietste mee naar een huisbezoek. Sommige mensen die meewerkten wilden graag anoniem blijven. Meer info: www.hospicehaarlemeo.nl

De cirkel sluit zich. Na 27 jaar in het AMC te hebben gewerkt met te vroeg geborenen werkt verpleegkundige Yvonne Boots-de Groot nu in het Haarlemse hospice als coördinator. ,,Er zijn veel overeenkomsten als het gaat om de kwetsbaarheid van de mens aan het begin en het einde van het leven. Eerst is er het verdriet en verlies bij de ouders. Nu weer bij de kinderen.’’ 

We fietsen door de Haarlemmerhout naar de Leidsebuurt voor een intakegesprek. Een 94-jarige man is vorige week ontslagen uit het ziekenhuis en wil zijn laatste levensdagen thuis met zijn naasten doorbrengen. Vrijwilligers van het hospice worden ook daar ingezet, hoewel dat nog niet algemeen bekend is. De dochter werd er op gewezen door medewerkers van buurthuis Troink en kreeg vrijwel direct een reactie op haar vraag. Als coördinator luistert Yvonne naar hun verhaal en kijkt welke bijdrage het hospice kan leveren.

In de woonkamer van de kleine arbeiderswoning neemt het grote bed een belangrijke plek in. Zoon en dochter vertellen over hun vader die zich ondanks zijn enorme benauwdheid - hij ligt aan het zuurstof - ook niet onbetuigd laat. Dochter: ,,Zestig jaar geleden is hij hier komen wonen en hij wil absoluut ook thuis overlijden. We blijven thuis, hè pap.’’

De wijkverpleging levert nachtzorg en komt drie keer per dag ook nog kort langs. Zoon en dochter hebben allebei een baan, maar weten hun roosters zo in te delen dat ze overdag en ’s avonds zo veel mogelijk aanwezig zijn. In het samenhorige buurtje weten veel andere bewoners wanneer ze er moeten staan. Of alleen tussen twaalf en drie in de doordeweekse middagen iemand van het hospice zou kunnen komen, is de vraag. Na een eerste observatie van de man verzekert Yvonne zich daar volledig voor in te zetten. ,,Ik wil naar huis’’, klinkt het zachtjes vanuit het bed. De zoon fluistert me toe: ,,Hij weet wel dat hij thuis is, hoor. Maar hij bedoelt iets anders.’’ Hij werpt de blik omhoog.  

Het levensverhaal van de man komt over tafel. Zijn werk, hobby’s, interesses, belangrijke gebeurtenissen als het overlijden van zijn vrouw en een andere dochter. Dat hij zijn dementerende vrouw tot het laatste moment thuis helemaal verzorgde. Nu krijgt hij af en toe nog een borreltje maar hij mag vanwege de zuurstoftoediening niet meer roken. Een harinkje of een ijsje kan hem nog even blij maken. Dochter: ,,Hij is nooit ziek geweest. Twee weken geleden liep hij hier de trap nog op.’’ Zoon: ,,Het lichaam is op maar de geest nog niet. Hij hoopt dat het allemaal een beetje zal opschieten.’’

Vanuit het bed klinkt de vraag wat we allemaal aan het regelen zijn. Dochter: ,,Elke middag komt er iemand bij je zitten, zodat ik kan gaan werken.’’ Vader: ,,Dat is goed. Als hij maar niet voor Ajax is.’’

Zoon en dochter zijn verbijsterd als ze van Yvonne horen dat ze niets voor de hospicezorg hoeven te betalen. Zoon: ,,Maar wij willen dan ieder geval wel een eigen bijdrage geven.’’ 

Coördinator Yvonne: "Als ik door het Haarlemerhout fiets dan is het even pfff."

Terugfietsend door de Haarlemmerhout koestert de Yvonne de rust en de frisse lucht. ,,Deze gesprekken gaan ergens over. Ik vraag zoveel mogelijk door over wat mensen bezighoudt, wat ze hebben gedaan, hun levensfilosofie of geloof. Dan krijg ik ook duidelijk welke vrijwilliger ik het beste aan deze man kan koppelen. Dit is even mijn zuurstofmoment. Als ik hier fiets dan is het even pfffff.’’ 

Tiny Klare (84) en haar dochter Yvonne zitten in het hospice aan bij de middagmaaltijd met vrijwilligers en beroepskrachten van het hospice aan de Zuiderhoutlaan. Kort tevoren vertelde mevrouw Klare nog op de kamer die ze vorige week betrok: ,,Ik woonde als weduwvrouw nog zelfstandig en was nooit ziek. Drie weken geleden werd ik in het ziekenhuis opgenomen met allerlei ontstekingen in luchtwegen en darmen. Ik wilde daarna weer naar huis maar dat kon niet en ik was niet tevreden over de zorg die ik daarna in het verzorgingshuis kreeg. Toen kon ik hier terecht. Ik kan het niet uitstaan dat het allemaal zo snel achteruit gaat. Je wil alles zelf doen zoals je gewend was. Maar nu moet ik steeds meer uit handen geven en dat is moeilijk. Het kost tijd maar ik begin het een beetje te aanvaarden.’’ 

Carolien Harleman heeft zich als verpleegkundige gespecialiseerd in terminale zorg en werkt sinds drie jaar in het Haarlemse hospice. Net als de meeste andere verpleegkundigen en vrijwilligers is ze de vijftig al gepasseerd. ,,Een beetje levenservaring is belangrijk in deze fase. Als je gaat sterven word je teruggeworpen op jezelf en heb je geen behoefte meer aan ego-dingetjes of loze woorden. Het gaat hier om diepgang en overigens ook om humor, hoor! Bij iedereen is het sterfproces uniek en daarom is het belangrijk zo veel mogelijk over iemands achtergrond te weten. Er moet contact zijn en vertrouwen. Dat onze gasten echt weten dat we voor ze zorgen. Dat er over hun gewaakt wordt, ook als ze langzaam wegzakken. We houden je goed in de gaten, zeg ik altijd.’’ 

Ria Verhagen (68) zag acht jaar geleden bij een info-stand aan de Binnenweg een foldertje over vrijwilligerswerk in een hospice. ,,Ik heb steeds in mijn achterhoofd gehouden dat ik dat wel eens wilde gaan doen. Net als de meeste anderen van de 110 vrijwilligers van dit hospice heb ik geen zorgachtergrond, maar ik zie hoe ontzettend zinvol dit werk is. Als je niet meer werkt kun je natuurlijk veel tijd aan jezelf besteden, maar je kunt ook iets voor de ander gaan betekenen. Ik werk hier twee keer vier uur per week. Het is soms zwaar maar je krijgt er ook ontzettend veel voor terug.’’

Vrijwilliger Ria aan het bed bij Irene: "Het is soms zwaar maar je krijgt er ook ontzettend veel voor terug.’’

De afscheidskaart van Irene (’bijna 79’) staat al op het kastje in haar kamer. De begrafenis heeft ze geregeld. Ze wil de regie in handen hebben, maakt ze duidelijk. Na het overlijden van haar man besloot ze zelf ook afscheid van het leven te nemen. Een proces dat toch nog twee jaar heeft geduurd. De afgelopen weken vertelde ze haar vrienden en vriendinnen - familie heeft ze niet meer - dat haar tijd was gekomen. ,,Elke avond kwamen mensen met wijn en nootjes om met me te praten. Ik had mijn handen vol om hun te troosten. Terwijl ik eigenlijk zelf troost nodig had. Ik wilde twee armen om me heen. Daarom koos ik voor het hospice. Slechts twee mensen uit mijn nabijheid weten dat ik hier ben en dat hou ik ook zo. De anderen krijgen wel de kaart. Toen ik hier een paar dagen geleden kwam, hadden ze speciaal voor mij een sigaretje, een wijntje en een heerlijk kroketje gehaald. Het was een feestavond. Daarna ben ik gestopt met eten en drinken. Het is hier heerlijk. Ze worden niet boos als ik niks drink. Als ik op de knop druk zijn ze binnen een minuut bij me. Zo liefdevol en zo intens.’’

Armen om je heen in het hospice. Haarlemsdagblad (JPG)
Bestand