Huisarts van Hospice Haarlem. Interview met Han Wassenberg

Gepubliceerd op 20 december 2017
Al vrij snel na de opening in 1990 van het Hospice aan de Gierstraat werd Han door de toenmalige coördinator Corrie Kenter benaderd om naar een patiënt van hem in het Hospice te komen kijken. Dat was het begin van een verbintenis die nog steeds voortduurt.

Elke gast, die in het Hospice opgenomen wordt neemt in principe zijn eigen huisarts mee. Soms komen er echter gasten van buiten onze regio en dan wordt Han ingeroepen. Toen Han met zijn huisartsenpraktijk stopte wilde hij met het werk in het Hospice doorgaan. Hospice Haarlem en haar gasten heeft aan Han, met zijn ervaring en bevlogenheid, een lot uit de loterij.  

Wat is jouw visie op goede terminale zorg?
‘Ik vind, dat je er als huisarts altijd moet zijn voor je terminale patiënt. Dat betekent dat je áltijd (mobiel) bereikbaar moet zijn, dus ook ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. Je kunt het niet maken, dat een stervende een onbekende arts aan zijn of haar bed krijgt. Je moet de zorg in één hand houden. Voor die paar terminale gevallen per jaar in een huisartsenpraktijk moet dat kunnen. Dat is misschien een ouderwetse visie, maar dat is wel mijn overtuiging.’

Hoe ervaar je het als een gast vanuit het Hospice weer naar huis of naar een verpleeghuis moet?
‘Dat is voor alle betrokkenen heel vervelend. In eerste instantie natuurlijk voor de gast zelf, maar ook voor de familie. Maar je kan het niet altijd voorkomen. Soms beoordeelt men in het ziekenhuis de patiënt als terminaal, maar in het hospice knapt hij weer op door de rust en de aandacht. Het blijkt heel moeilijk om iemand dan weer elders onder te moeten brengen, nog los van het feit dat soms een eigen huis al ontruimd is.’

Wat maakt dat je al zo lang in het Hospice werkt? 
Het eerste woord dat bij Han op komt is ‘leuk’. Leuk betekent voor hem aantrekkelijk, boeiend, interessant, uitdagend. Het gáát in het hospice altijd ergens over en het is iedere keer weer een uitdaging om een onbekende patiënt in korte tijd te leren kennen. ‘Ik moet me heel snel een beeld vormen van de situatie. Waarom is mevrouw Jansen hier en niet thuis, heeft ze familie, wat kan ik verwachten, wat kan ik voor haar betekenen? Ik vind het een leuke puzzel om een goed plan te maken.’ 

"Het gaat in het Hospice altijd ergens over"

Hij komt heel graag in het Hospice. ‘Het is altijd prettig om het huis binnen te komen. Het voelt als een warme deken. Iedereen is even vriendelijk, de koffie staat altijd klaar. Ik voel me welkom.’

Anne de Wit-Zuidema en Anja Roelofs, PR-groep