Zorg thuis: Buitenzorg op zijn best

Gepubliceerd op 18 december 2017
Ik ben vrijwilliger in de Buitenzorg en op een warme vrijdagmiddag in augustus fietste ik naar Rob. Rob was een aardige kerel met gevoel voor humor. Hij had ernstig hartfalen en de zeldzame ziekte ADCA. Hierbij raken de kleine hersenen ingesloten, waardoor spraak en motoriek worden aangetast. Staan kon hij nog wel enigszins en met een beetje moeite was hij ook redelijk te verstaan. Hij schepte er veel genoegen in om in de rolstoel naar buiten te gaan en rond te zwerven door zijn buurt.

Ik fietste blijmoedig naar Rob, want ik had wel zin om de middag buiten door te brengen met dit mooie weer. Daar aangekomen maakten de 24-uurs-verzorgende en ik Rob gereed voor de tocht. Moeizaam manoeuvreerden we de rolstoel door het kleine gangetje, een dubbele drempel nemend met de drempelhulp. Geen sinecure allemaal want Rob had een flink postuur.

We zwierven zo’n 3 kwartier rond, waarbij ik het behoorlijk zweterig warm had gekregen. We waren net een kruising overgestoken en met enige kracht duwde ik de rolstoel de stoep op. Ik wilde onze weg vervolgen, maar de rolstoel wilde dit niet meer. Het rubberen bandje van het linker zwenkwieltje aan de voorkant lag eraf. Ik wist Rob met rolstoel en al naar een huis met een omhekt voortuintje te loodsen. Ik dacht: “Als Rob nou even gaat staan en zich aan dat hekje vasthoudt doe ik fluks het bandje om de kunststof velg.” Helaas wilde het bandje dat pertinent niet.

Het enige wat ik op dat moment kon bedenken was om de politie te bellen. Ik kreeg een aardige mevrouw aan de lijn aan wie ik het verhaal vertelde en na een minuut of 20 kwam er een politieauto de stoep oprijden. Er stapten maar liefst drie stoere politiemannen uit. Rob zag gelukkig ook de humor in van de hele situatie. De politiemannen wilden hetzelfde proberen als ik, dus Rob moest weer aan het hekje staan. Ze kregen het bandje echter net zomin op z’n plaats als ik.

Voor mij was de hoofdzaak om Rob veilig thuis te krijgen. De politiemannen gingen dat niet doen, want dat behoorde niet tot hun taak. Ik besloot om het aan mijn Ap te vragen. Die was gelukkig thuis en kon ook meteen komen.

Na een kwartier kwam hij aan. We hebben Rob in de auto gekregen, de achterbank naar beneden geklapt, de rolstoel daar bovenop gelegd en als ik m’n adem inhield kon ik er ook nog bij. Zo hebben we Rob thuisgebracht. De verzorgende en Ap hebben nog eens getracht het bandje om de velg te krijgen, waarbij ik alleen maar angstig naar haar prachtig zeegroen gelakte lange nagels kon kijken. Het bandje bleef tegenwerken, maar de nagels kwamen heelhuids uit de strijd.

Voor Rob was het een enerverende middag geweest, maar voor mij ook. Onderweg naar huis kon ik een opgelucht “pffft” niet onderdrukken en prees mijzelf gelukkig, dat er geen nare dingen waren gebeurd en dat Rob weer veilig thuis op bed was beland.

Chris Wijnberg, vrijwilliger in de Buitenzorg

Rob is in oktober overleden. Zijn zoon gaf toestemming voor het plaatsen van dit artikel.